antwoord 23
Welk van onderstaande uitspraken is JUIST? (Veronderstel dat de marktmaker zijn spread niet wil wijzigen.)
B) Als het aanbod kleiner is dan de vraag naar een financieel product dan zal de marktmaker in dat product de bied- en de laatkoers laten dalen.
C) Als het aanbod kleiner is dan de vraag naar een financieel product dan zal de marktmaker in dat product de biedkoers laten stijgen en de laatkoers laten dalen.
D) Als het aanbod kleiner is dan de vraag naar een financieel product dan zal de marktmaker in dat product de biedkoers laten dalen en de laatkoers laten stijgen.
vraag 23
Welk van onderstaande uitspraken is JUIST? (Veronderstel dat de marktmaker zijn spread niet wil wijzigen.)
A) Als het aanbod kleiner is dan de vraag naar een financieel product dan zal de marktmaker in dat product de bied- en de laatkoers laten stijgen.
B) Als het aanbod kleiner is dan de vraag naar een financieel product dan zal de marktmaker in dat product de bied- en de laatkoers laten dalen.
C) Als het aanbod kleiner is dan de vraag naar een financieel product dan zal de marktmaker in dat product de biedkoers laten stijgen en de laatkoers laten dalen.
D) Als het aanbod kleiner is dan de vraag naar een financieel product dan zal de marktmaker in dat product de biedkoers laten dalen en de laatkoers laten stijgen.
antwoord 23
Welk van onderstaande uitspraken is JUIST? (Veronderstel dat de marktmaker zijn spread niet wil wijzigen.)
B) Als het aanbod kleiner is dan de vraag naar een financieel product dan zal de marktmaker in dat product de bied- en de laatkoers laten dalen.
C) Als het aanbod kleiner is dan de vraag naar een financieel product dan zal de marktmaker in dat product de biedkoers laten stijgen en de laatkoers laten dalen.
D) Als het aanbod kleiner is dan de vraag naar een financieel product dan zal de marktmaker in dat product de biedkoers laten dalen en de laatkoers laten stijgen.
vraag 23
Welk van onderstaande uitspraken is JUIST? (Veronderstel dat de marktmaker zijn spread niet wil wijzigen.)
A) Als het aanbod kleiner is dan de vraag naar een financieel product dan zal de marktmaker in dat product de bied- en de laatkoers laten stijgen.
B) Als het aanbod kleiner is dan de vraag naar een financieel product dan zal de marktmaker in dat product de bied- en de laatkoers laten dalen.
C) Als het aanbod kleiner is dan de vraag naar een financieel product dan zal de marktmaker in dat product de biedkoers laten stijgen en de laatkoers laten dalen.
D) Als het aanbod kleiner is dan de vraag naar een financieel product dan zal de marktmaker in dat product de biedkoers laten dalen en de laatkoers laten stijgen.