antwoord 25

Gegeven de volgende functie: (Welke uitspraak is CORRECT?)

def telop(van, totenmet): if van > totenmet: return 0 return van + telop(van + 1, totenmet)

De aanroep telop(2,5) geeft bijvoorbeeld 14 (2+3+4+5) terug. Gegeven de volgende twee stellingen:

(1) De waardes 2 en 5 in de aanroep zijn formele parameters.

(2) De parameters “van” en “totenmet” zullen gedeclareerd worden als lokale variabelen bij het aanroepen van de procedure.

a) Zowel stelling (1) en (2) zijn correct

b) Enkel stelling (1) is correct

c) Enkel stelling (2) is correct

d) Beide stellingen zijn niet correct

vraag 25

Gegeven de volgende functie: (Welke uitspraak is CORRECT?)

def telop(van, totenmet): if van > totenmet: return 0 return van + telop(van + 1, totenmet)

De aanroep telop(2,5) geeft bijvoorbeeld 14 (2+3+4+5) terug. Gegeven de volgende twee stellingen:

(1) De waardes 2 en 5 in de aanroep zijn formele parameters.

(2) De parameters “van” en “totenmet” zullen gedeclareerd worden als lokale variabelen bij het aanroepen van de procedure.

a) Zowel stelling (1) en (2) zijn correct

b) Enkel stelling (1) is correct

c) Enkel stelling (2) is correct

d) Beide stellingen zijn niet correct

antwoord 25

Gegeven de volgende functie: (Welke uitspraak is CORRECT?)

def telop(van, totenmet): if van > totenmet: return 0 return van + telop(van + 1, totenmet)

De aanroep telop(2,5) geeft bijvoorbeeld 14 (2+3+4+5) terug. Gegeven de volgende twee stellingen:

(1) De waardes 2 en 5 in de aanroep zijn formele parameters.

(2) De parameters “van” en “totenmet” zullen gedeclareerd worden als lokale variabelen bij het aanroepen van de procedure.

a) Zowel stelling (1) en (2) zijn correct

b) Enkel stelling (1) is correct

c) Enkel stelling (2) is correct

d) Beide stellingen zijn niet correct

vraag 25

Gegeven de volgende functie: (Welke uitspraak is CORRECT?)

def telop(van, totenmet): if van > totenmet: return 0 return van + telop(van + 1, totenmet)

De aanroep telop(2,5) geeft bijvoorbeeld 14 (2+3+4+5) terug. Gegeven de volgende twee stellingen:

(1) De waardes 2 en 5 in de aanroep zijn formele parameters.

(2) De parameters “van” en “totenmet” zullen gedeclareerd worden als lokale variabelen bij het aanroepen van de procedure.

a) Zowel stelling (1) en (2) zijn correct

b) Enkel stelling (1) is correct

c) Enkel stelling (2) is correct

d) Beide stellingen zijn niet correct